vuller English version
Begin » Artikelen » Thema's in gesprekken tussen Hindoes en Christenen » Artikel weergeven 
vuller
"...Onze problemen zijn niet Oostersch of Westersch; zij zijn zuiver menschelijk. Menschelijke zwakheid en zonde zijn niet geografisch te bepalen. Materialisme, hebzucht, moreele zwakheid en geestelijke honger kent het Oosten zoogoed als het Westen; waar mensen wonen, wonen ook zij. Waarom zouden wij dan niet neerzitten om 's levens tafel en onze moeilijkheden samen onder de oogen zien; niet als Oosterlingen, noch als Westerlingen, maar als menschen , en samen zoeken naar een oplossing?"

E.Stanley Jones, 1928
Twee Indiase jongens.

 

Uitgebreid zoeken

Inloggen
vuller

Zijn God en mens ten diepste één?

Gemaakt op: 5-10-2005 21:25 door A.S. van der Lugt. [ printen | downloaden als .doc ]

Veel hindoes gaan er vanuit dat de ziel van de mens wezenlijk verwant is met God. Dat speelt op de achtergrond mee in het gesprek tussen christenen en hindoes. De vraag is of we hier bij elkaar kunnen aansluiten: geloven christenen immers niet in de Gods Geest die in ons woont? In dit artikel beschrijf ik eerst het hindoe-geloof, daarna maak ik een aantal opmerkingen vanuit het christelijk geloof en eindig met een paar vragen.

We lezen in de Upanishads, religieuze boeken ver voor Christus' geboorte:

"Uddâlaka vroeg zijn zoon een banyanvrucht te gaan halen.
Hier is hij, Heer!, zei Shvetaketu.
Breek hem open, zei Uddâllaka.
Ik heb hem opengebroken, Heer!
Wat zie je daar?
Kleine zaadjes, Heer!
Breek er één van open, mijn zoon!
Het is opengebroken, Heer!
Wat zie je daar?
Niets, Heer, zei Shvetakatu
Uddâlaka zei: mijn zoon! Deze grote banyanboom is uit zulk een klein zaadje gegroeid, dat je het niet kunt zien. Geloof in wat ik zeg, mijn zoon! Dat wezen is het zaad; al het andere is slechts wat Hij tot uitdrukking brengt. Hij is waarheid. Hij is zelf. Shvetaketu! dat zijt gij!"1.

Dit is een bekend gedeelte uit de Upanishads. De meester wil zijn leerling inzicht leren in de werkelijkheid. Is er achter de grote verscheidenheid in de wereld een diepere eenheid? Er is man en vrouw, verschillend in lichaam en geest, maar is een diepere eenheid in hen beiden? Er is licht en donker, goed en kwaad, maar is er iets wat boven die tegenstelling uitgaat en de eenheid is achter alle dingen? Gisteren is verleden tijd, de toekomst zal anders zijn dan het heden: blijft er bij alle verandering nog iets gelijk? De Upanishads willen ons leren, dat er inderdaad een Absolute eenheid is. Wij zien de verschijnselen, de elementen, de begeerten, de grote hoeveelheid van oude en nieuwe dingen, maar het is allemaal uitdrukking van het ene wezen: Brahman, de Wereldziel. Alles is met elkaar verbonden, want Brahma doortrekt alles en is alles. Hij is schepper en schepsel zoals geschreven staat in de Upanishads:

"Hij (de Opperste Ziel) dacht: "Ik wilde dat Ik vele was; ik zal mij voortplanten". En in de hitte van zijn meditatie schiep Hij alles; alles scheppende, trad Hij alles binnen; alles binnengaande, nam Hij vorm aan, bleef evenwel vormloos; nam Hij grenzen aan, bleef evenwel grenzeloos; maakte Hij zich een tehuis, bleef evenwel zonder tehuis; schiep kennis en onwetendheid; werkelijkheid, onwerkelijkheid; werd alles; daarom is alles werkelijkheid"2.

Als je het zo bekijkt is elke twee-heid eigenlijk een tegenstelling en een ontkenning van de werkelijkheid. Wit en zwart zijn verschillend, dat zien wij allemaal. We zeggen: die twee zijn onverenigbaar. Dat zien wij zo vaak: ik en de ander, een ander en ik. De momenten van eenheid zijn uitzondering, de normale gang van zaken is de strijd. Niet op leven of dood, met messen of pistolen (hoewel, ook dat soms). Nee, in het gewone gesprek moet je vechten om met respect te worden behandeld. De vrouw moet vechten, de man moet vechten. We zien het ook in de natuur: mens en dier, mens en aarde: de aarde beeft, de storm raast over het land, de vulkaan spuwt hete lava, de zon brandt alles weg. Twee is oorlog, er is geen harmonie in het leven. Nog een voorbeeld: ik en jezelf. De mens is lichaam, ziel, geest. Het lichaam kan zich verzetten tegen de geest, de geest tegen het lichaam. Het lichaam veroudert en vergaat, de ziel blijft. Twee is: gebrek aan harmonie, twee is verlies van rust, bij het getal twee begint de hel.

We zoeken eenheid. De hindoe dharma zegt: brahman is de eenheid. Hij is de Al-ziel, het Absolute dat alles doortrekt, want de werkelijkheid is uitvloeiing van Hem. En u, mens, bedenk dit: dat bent U. Uw ziel, atman, is brahman. Dat wil de meester Uddâlaka zijn leerling Shvetaketu leren: de eenheid doortrekt alles, in het zaadje van de banyanboom zie je niets. Het is de onpersoonlijke kracht, die overal in zit, dat is waarheid, dat is zelf, dat bent u!

Ik ben zeer geboeid door deze weg naar eenheid. Ik herken de moeite van de verschillen en tegenstellingen. Er is diep nagedacht in vele eeuwen in de filosofie van India. En ik denk, dat het een diep menselijk verlangen is om het inzicht te hebben en zo met God verenigd te worden.

Nu een aantal opmerkingen vanuit de Bijbel.

In de Bijbel wordt ook gesproken over de schepping. God spreekt en het is er: Er moet licht zijn!, sprak God. En er was licht3. God maakte de mens uit het stof van de aarde en Hij gaf hem het leven. Hij maakte de vrouw uit de rib van de man. Hij maakte de dieren en de planten. Hij schiep de zon , de maan en de sterren. Het was geen uitvloeiing van Hem zelf. Nee, er kwam een onderscheid tussen Schepper en schepping. God schiep iets wat niet-god was. En het was geen vijand of tegenstander. God zag dat het goed was. De mens als zoon of vriend van God. Levend op de kracht van de Almachtige, zoals Psalm 104 zegt:

"Alle schepselen zijn van U afhankelijk;
wanneer zij voedsel nodig hebben,
verwachten zij het van U.
Geeft U het, zij nemen het;
opent U uw hand
zij stillen hun honger.
Trekt U zich terug,
dan bezwijken zij;
neemt U hun de adem af,
dan sterven zij en worden weer tot stof.
Ademt U over de aarde,
dan ontstaat er weer leven
en krijgt zij een nieuw gezicht."4

Alle mensen verlangen ernaar om gemeenschap te hebben met God, de eeuwige. Het maakt niet uit of blank of bruin bent, in India of Nederland of Suriname woont. Het maakt niet uit of je man of vrouw bent, jong of oud. Maar wat is die eenheid, die gemeenschap met God? En de tweede vraag is: welke weg gaat er naar toe? Volgens de Bijbel blijft God de schepper en de mens altijd schepsel. Je kunt niet zeggen: ten diepste zijn God en mens (de ziel) één. God en mens blijven altijd twee. Er is gemeenschap met God mogelijk, zoals een vader en zijn zoon op een vertrouwelijke manier met elkaar omgaan: niet als gelijken, want de vader is vader en de zoon blijft zoon. De zoon (mens) is afhankelijk van zijn Vader (God). De zoon vraagt Vaders leiding. Hij krijgt zijn liefde en bescherming. Hij heeft rust en vrede gevonden bij de vaste relatie, die vriendelijk is. Dat is de eenheid van twee personen volgens de Bijbel. De Goddelijke Persoon en de menselijke personen (zonen en dochters van God) in één harmonieuze samenleving. Luister naar deze woorden uit de Bijbel:

"Zie de tent van God is bij de mensen
en Hij zal bij hen wonen
en zij zullen zijn volken zijn
en God zelf zal bij hen zijn
en Hij zal alle tranen van hun ogen afwissen
en de dood zal niet meer zijn
noch rouw, noch geklaag, noch moeite zal er meer zijn..."5.

Wat is dan de weg? Hoe kom je als mens tot zo'n mooie verhouding met God? Volgens de Bijbel is inzicht (gyâna) belangrijk, maar het brengt geen eenheid. Werken (karma) zijn belangrijk, maar het geeft geen verlossing. Toewijding (bhakti) is nodig, maar alleen aan Jezus Christus. We noemen dit de weg van de genade (krpa-mârg)

Waarom Jezus Christus alleen?
Omdat de mens zoveel verkeerd doet in Gods ogen. Hij is slecht geworden door ongehoorzaamheid. De mens kwam in opstand tegen zijn Schepper. Dat bracht een breuk in de goede verhouding, die er was bij de schepping. Goed werd kwaad. Het kwaad kwam niet uit God, het is niet ten diepte één met het goede. De mens is verantwoordelijk voor het kwaad. Daarom kan de verhouding met God alleen goed komen als de straf op de zonde wordt gedragen. Als het recht wint van het onrecht. Als het kwaad wordt weggedaan. De boodschap van de Bijbel is: dat kan geen mens uit zichzelf. Niemand kan voor zichzelf het goed maken. En al helemaal niet het kwaad van anderen wegnemen. Dus blijft over: dat kan God alleen zelf doen. Jezus Christus is God, die mens geworden is om te doen, wat mensen niet kunnen.

Daarom is het geloof in Jezus Christus de enige weg om weer tot vrede met God te komen. De Bijbel zegt: "Aan wie Hem aanvaardde en in Hem geloofden, heeft Hij het recht gegeven kinderen van God te worden. Dat werden zij niet door hun afstamming, of op natuurlijke en menselijke wijze, nee zij zijn uit God geboren"6. En: "Hoe groot is de liefde die de Vader ons heeft bewezen! We worden kinderen van God genoemd en we zijn het ook!"7.

Vragen voor gesprek

We hebben nu twee visies naast elkaar gesteld.
In de eerste plaats de hindoe dharma: er is eenheid te vinden als we geloven dat brahman en atman één zijn.
In de tweede plaats de christelijke positie: er is eenheid te vinden als wij geloven in Jezus Christus die God en mens verzoent.
Er is iets gemeenschappelijk tussen die twee: het verlangen en zoeken naar eenheid en gemeenschap.
Er is ook verschil: de verhouding van God en mens. Zijn God en mens ten diepste één of blijft er altijd onderscheid tussen die twee?

Mijn vragen aan de hindoes zijn de volgende:
Als je aanneemt dat er wezenlijke eenheid is tussen God en mens, brahman en atman, betekent dat dan niet dat goed en kwaad uit één bron komen? En heeft dan onrecht niet dezelfde plaats in de wereld als het recht? Wie net als de christen gelooft dat God een aparte Persoon is, weet dat onrecht bestreden moet worden en het recht moet overwinnen. Want God zelf kiest voor het recht. Hij is ver van elke slechtheid en Hij kiest partij voor de rechtvaardigen en tegen de onrechtvaardigen. Hij laat zijn aanwezigheid merken in de geschiedenis van deze wereld en Hij neemt de verantwoordelijkheid van mensen serieus. Als mensen zijn wet overtreden is dat niet het schenden van een kosmische, onpersoonlijke orde, maar een belediging van een persoonlijke God. Het verstoort de relatie van mens en Schepper en dat moet goed gemaakt worden: herstel en verzoening. Daarom zullen, als het goed is, christenen ook het onrecht in de wereld helpen bestrijden. Misschien doen hindoes dat ook, maar waarom? Als goed en kwaad, recht en onrecht allebei uit God komen, leer je dan niet eerder het kwaad aanvaarden dan bestrijden?

Een tweede vraag: als je gelooft in de eenheid van brahman en atman, dan zijn goede werken (karma) of overgave (bhakti) de weg om tot verlossing (mukti) te komen. Maar wie geeft zekerheid dat de mens deze weg helemaal kan voltooien? Is de last niet te zwaar als je in vele volgende levens moet proberen goed te maken wat je in een vorig leven verkeerd deed? Hoe weet je dat je ooit de rekening kompleet betaald hebt?

Voetnoten:
1.Chândogya-Upanishad 6,12 in de vertaling van de School voor Filosofie: Tien Upanishads, Amsterdam, 1994, p 84
2.Taittiriya-Upanishad 2,6 in de vertaling van de School voor Filosofie: Tien Upanishads, Amsterdam 1994, p 63/4
3.Genesis 1,3
4.Psalm 104,27-30 (vertaling Groot Nieuws Bijbel 1996)
5.Openbaring 21,3-4
6.Johannes 1,12-13
7.1 Johannes 3,1
  © 2005-2006 Evangelie & Hindoes. | Grafisch ontwerp: Marjan Geerts | Techniek: Jan Pieter Waagmeester |
Deze pagina is geschreven conform XHTML 1.1. Fout gevonden in deze site? Mail naar de webmaster